| |
|
|
Beste Oldieliefhebbers,
Teddy Wilson (2) discografie van 1935 - 1936
In de komende weken hoor je in chronologische
volgorde een reeks afleveringen met Ella Fitzgerald, Jimmie Lunceford, Chick
Webb, Count Basie, Art Tatum, Teddy Wilson, Louis Armstrong, Earl Hines, Cab
Calloway en vele andere groten uit de jazzwereld.
De geschiedenis van de jazz werd onderverdeeld in een
viertal pagina's. Materiaal hierover is nog steeds meer dan welkom zodat we
deze pagina met nog meer informatie kunnen uitbreiden.
1 - Inleiding
2 - Jazz In Belgie
3 - Jazz In De Oorlog
4 - Tijdlijn
5 - Teddy
Wilson
Inleiding
Jazz, een stukje geschiedenis
Vanaf 1619 hebben West-Europese handelaren negers uit de westkust van
Afrika onder erbarmelijke omstandigheden naar Amerika versleept om ze daar
als slaven te verkopen. Miljoenen van hen konden niet meer uit hun
geboorteland meenemen dan hun taal, ritmische muziek en geschiedenis.
In Amerika is er van de verschillende muziekstijlen van de Afrikanen niet
veel overgebleven. Wel is er een nieuwe Afro-Amerikaanse stijl ontstaan uit
de hollers (to holler =schreeuwen), spirituals en blues van de negerslaven
die op de plantages in het zuiden van de Verenigde Staten moesten werken. De
hollers werden gezongen en geroepen tijdens het werken op de plantages en
aan de spoorwegen, waar het ritme het tempo van het werk bepaalde. De
negro-spirituals met onsterfelijke nummers als Go Down Moses en Deep River
zijn geestelijke liederen en de blues gaan over hun zware bestaan als
slaven. (I'm feeling blue = ik voel me ellendig). Verder invloeden kwamen
uit de Europese volksmuziek: het carnaval van Franse en Spaanse emigranten,
en Engelse en Ierse volksmuziek. Tenslotte zouden de instrumenten van de
blanke militaire marsorkesten en de piano uit de kroegen en bordelen het
gezicht van de vroege jazz bepalen. Kenmerkend voor jazz is dat het in wezen
geïmproviseerde muziek is. In de jazz kan een muzikant altijd zijn
persoonlijke ervaringen en emoties kwijt. Daarbij is het zogenaamde
Call-and- Response-systeem tussen de solist en het orkest een vast gegeven.
Barrelhouse-Music en Ragtime
Al in het midden van de 19e eeuw speelden negers in de zuidelijke staten hun
blues op cafépiano’s. Deze barrelhouse-music (Eng. Barrelhouse = kroeg waar
men drank uit vaten tapt) was beïnvloed door de country-dances van Britse
immigranten. Toen in 1863 de slavernij werd afgeschaft trok de zwarte
bevolking weg van de plantages naar de stad. Vooral in New Orleans waar veel
ex-slaven naar toe trokken, kwamen allerlei invloeden samen. Uit de
barrelhouse-music ontstond de ragtime, die in het begin zowel door blanken
als negers op de piano werd gespeeld. Omstreeks 1900 was zelfs sprake van
een ware ragtime-rage met als belangrijkste componist Scott Poplin
(1868-1917). Tot ca. 1915 werd de term ragtime gebruikt voor alle vormen van
jazz-muziek. Bij het ritme lag de nadruk op de tweede en vierde tel van de
vierkwartsmaat (syncope), en daarnaast de ‘off-beat’, vrije ritmische
accenten van de melodie-instrumenten, die moeilijk compositorisch zijn vast
te leggen, maar daardoor heel kenmerkend voor het swingende karakter van de
muziek.
New Orleans-Jazz
In kroegen, bordelen en optochten ontstond in die tijd de eerste
geïmproviseerde muziek. In New Orleans ontstonden de New Orleans
jazzorkesten met trompet/kornet, klarinet, trombone, piano, banjo/gitaar,
bas/tuba en slagwerk. Men gebruikte zgn. blue notes (verlagingen van
bepaalde noten in het bluesschema) en ‘dirty notes’ (vervormde klanken), wat
de muziek een sterke intensiteit en emotionaliteit meegaf, aangeduid met
‘hot intonation’.
De trompettist Louis Armstrong groeide op met deze muziek. De concurrentie
die de verschillende bordelen en kroegen met elkaar aangingen, was goed voor
de ontwikkeling van het vakmanschap van de musici, waardoor ook de
populariteit van de New Orleans jazz steeg. In 1917 verbood de burgemeester
van New Orleans de bordelen en kwamen veel muzikanten zonder werk te zitten.
Evenals de blues verplaatste de jazz zich toen via de river-boats op de
Mississippi naar het noorden. De meesten kwamen terecht in Chicago, dat het
nieuwe centrum van de jazz zou worden.
Dixieland en Chicago-Jazz
De jazz trok noordwaarts naar Chicago waar ze zich verder ontwikkelde.
Blanken namen de muziek over, en lieten elementen als ‘off-beat’, swing en
‘blue notes’ weg. De ‘hot intonation’ maakte plaats voor bewuste vervorming
van tonen om speciale effecten te verkrijgen. Men noemde de muziek
dixieland, een benaming voor de zuidelijke staten. Dixieland werd de blanke
imitatie van de New Orleans- stijl. Later werd de saxofoon in de bezetting
opgenomen en werd de tuba vervangen door de contrabas, later door de
basgitaar. De groep The Wolverines bepaalde het karakter van de nieuwe
Chicago-jazz, die ook veel negermuzikanten beïnvloedde,waaraan mede het
ontstaan van het swingtijdperk is te danken.
Swing
Het Swing-tijdperk van de jaren '30 en '40 brak aan. In Kansas City en New
York ontstonden eigen jazzstijlen. In de Kansas City-jazz, met als
belangrijkste vertegenwoordiger Count Basie, werd de ‘bounce’ toegepast,
waarbij in een matig snel tempo binnen de vierkwartsmaat een onderverdeling
wordt gemaakt tussen zwaarder en lichter benadrukte delen. Dat geeft de
muziek een enigszins huppelend karakter. Dit ‘off-beat’-element is
kenmerkend voor de big-bands van de swingperiode. Met een grote groep werd
het steeds moeilijker om te improviseren, waardoor men zich genoodzaakt zag
om de jazz- muziekwerken op te schrijven. Daardoor ontstond het arrangement
– het vaak in grote lijnen vastleggen van de instrumentatie en de melodie –
kwam op. Improvisaties werden nauwer onderling geregeld. New York was ook
een belangrijk uitgaanscentrum voor de blanken. Halverwege de jaren ’20
begonnen blanke showorkesten verschillende vormen van jazz te spelen, wat
leidde tot het laatste hoogtepunt van de traditionele jazz, het
swingtijdperk tussen 1930 en 1945. Op deze muziek werd veel gedanst.
Honky-Tonk en Boogy-Woogy
In de negerwijk Harlem in New York ontstond de honky-tonk. In de jaren ’20
had deze pianostijl zich al in Chicago ontwikkeld. In New York, waar de
negers de blues enigszins minachtten, was de jaz meer beïnvloed door de
gecomponeerde ragtime dan door de blues. Beide stijlen hebben evenwel het
staccato-ritmische basschema in de linkerhand en een steeds gevarieerder
thema in de rechterhand gemeen.
Symfonische Jazz
De showorkesten o.a van Paul Whiteman speelden symfonische jazz,
gecomponeerde amusementsmuziek met jazztrekjes als geluids - effecten, beat
en off-beat, waardoor de muziek in elke maatsoort swingend kon worden
gearrangeerd. Het grote commerciële succes van deze muziek dwong de zwarte
en blanke muzikanten zich aan te passen. De grote orkesten zorgden voor
ruimte voor geïmproviseerde solopartijen en maakten gebruik van de
zogenaamde riff- techniek (het steeds herhalen van een kort thema, de riff)
in een sectie van het orkest om zo een speciaal effect te krijgen.
Deze nieuwe swing werd geweldig populair en daarmee ook commercieel
interessant. Dat leidde weer tot verstarring. Vooral blanke orkesten zoals
dat van Glenn Miller waren exploitabel. Binnen hun werk vervaagde de grens
tussen jazz en amusementsmuziek steeds meer. De negerorkesten waren
commercieel minder interessant en hoefden zich dus ook niet aan te passen
aan de smaak van de commercie. Ze brachten grote solisten en orkestleiders
voort als Count Basie en Duke Ellington.
In Amerika werden Aaron Copland en George Gershwin, componisten van
klassieke muziek, geïnspireerd door de jazz, en namen aspecten van deze
muziek op in hun werk. Ook in Europa werd, mede door toedoen van George
Gershwin, de jazz-muziek bekend. Componisten als Darius Milhaud (La création
du monde), Maurice Ravel (vioolsonate, pianoconcert in G) lieten zich erdoor
inspireren. Zij hadden ook invloed op beeldend kunstenaars als Lyonel
Feiniger, Piet Mondriaan.
|