Jazz tijdens de oorlogsjaren

1 - Inleiding
2 - Jazz In Belgie
3 - Jazz In De Oorlog
4 - Tijdlijn
5 - Teddy Wilson

Jazz in Duitsland

De algemene grote populariteit van de jazzmuziek, tijdens de twintiger jaren in Duitsland werd door de nazi’s afgedaan als de doodgraver van de Germaanse tradities. Reeds bij de machtsovername door de nazi's in 1933 werd het de Berlijnse radio verboden nog “nigger-jazz” of de muziek van Joden uit te zenden.

Maar het is fout te veronderstellen dat hierdoor de jazz-muziek niet meer gespeeld werd. Integendeel... Een van de voornaamste redenen waarom jazz-muziek, ondanks het verbod, gespeeld bleef in Duitsland (en de bezette gebieden) was dat Goebbels, de Duitse minister van Propaganda, een oogje dichtkneep. Hij wist heel goed dat het publiek het zeer moeilijk zou hebben wanneer deze lichte ontspanningsmuziek hen zou onthouden worden. Deze muziek moest tevens de soldaten een vorm van ontspanning bieden en hun moreel opvijzelen. Vanzelfsprekend waren optredens van orkesten met joodse muzikanten verboden.

Er zijn voorbeelden bij de vleet dat zelfs de meest gekende Amerikaanse swingnummers door de orkesten in Duitsland of in de bezette gebieden courant gespeeld werden. Maar die werden dan gespeeld onder Duitse, Franse of Nederlandse titels. Zo werd Tiger Rag : Schwarze Panter (zie Swing Tanzen Verboten deel 1), of La rage du tigre, St Louis Blues : Lied vom Blauen Ludwig, Jumping high : Fremdensprunge, One o’clock jump (Basie) : Een uur dans, China town : De kleine Chinees, Mood Indigo (Ellington) : In guter Stimmung, South rampart street parade : Aanlegplaats. Bovendien werden langs allerhande spitsvondige achterpoortjes talloze Belgische jazz-platen geperst in Duitsland en dit, onder het zogezegde “waakzame” oog van de Overheid.

Delphi Palast met Fud Candrix en Jean Omer


Als we spreken over het Delphi Palast dan denken wij onmiddellijk aan het gigantische “Danspaleis” in het hartje van Berlijn. Hier speelden vanaf 1936 bij de sluiting in 1943 - spijts het nazi-regime - de meest beroemde bigbands uit binnen- en buitenland waaronder deze van Teddy Stauber, Heinz Wehner, Günter Hertzog, Heinz Burzynski, Max Rumpf, Arne Hülper uit Zweden, Ernst Van ‘t Hoff uit Nederland, Jean Omer en Fud Candrix uit België.

Er werden ook talloze opnamen gemaakt voornamelijk door de platen-firma’s Telefunken en Brunswick. Het Delphi Palast was voorzien van verschillende danspistes, maar tijdens de oorlog werd die ganse ruimte ingenomen door tafels en stoelen en de nodige verkoopstanden van drank. Dansen was “verboten”. De toegang was echter gratis. Er was een namiddag- en een avond-voorstelling. Uren op voorhand stonden er lange files aan te schuiven. Frontsoldaten in verlof hadden voorrang, evenals de vrouwen die hen vergezelden.

Het orkest van Fud Candrix speelde er in het voorjaar 1942. Er werden op19 mei door Telefunken opnamen gemaakt van verschillende stukken waaronder Metro Stomp van Bobby Naret dat onder de Duitse titel U-bahn werd gepubliceerd. Tussendoor werden er zelfs cinema-opnamen gemaakt voor "Wir machen Musik". Tijdens de nacht van 30 april op 1 mei 1942 werd het orkest Candrix met groot vertoon afgelost door Jean Omer die er op zijn beurt 2 maanden zal spelen.

Jean Omer zal er ook optreden in 1943 alvorens “Delphy” definitief zijn deuren zal sluiten ingevolge bombardementen op Berlijn.

Charlie And His Orchestra - German Propaganda Swing 1941-1945


Tijdens de oorlogsjaren zond Duitsland via Europasender Bremen, Engelstalige propaganda uit. Vooral het programma 'German Calling', gepresenteerd door de uit Ierland afkomstige William Joyce, alias “Lord Haw Haw” kreeg grote bekendheid.

Deze uitzendingen hadden tot doel de vijand aan de overkant van het Kanaal te demoraliseren, met perfecte moderne muziek waardoor de suggestie gewekt werd dat het programma van Joyce clandestien vanuit Engeland werd uitgezonden.

In zijn cynische commentaren, stonden de Joden, Winston Churchill en later Roosevelt centraal. De programma's van Joyce werden afgewisseld met jazzmuziek, grotendeels swingnummers van Engelse en Amerikaanse origine en oudere “evergreens”. Ze werden gepeeld door Charlie and his Orchestra, een studioband die door Propaganda-minister Goebbels voor dat doel speciaal gesticht werd.

De band ontleende zijn naam aan de zanger Karl 'Charlie' Swedler. De leiding van de band werd toegewezen aan de veertigjarige saxofonist Lutz Templin die ook instond voor de arrangementen. Om de luisteraar te misleiden hield zanger Charlie, zich in het eerste couplet van een bekend nummer vaak aan de originele tekst , om dan vervolgens in de tweede strofe uit te pakken met commentaren zoals “The man with the big cigar” waarmee vanzelfsprekend Winston Churchill bedoeld werd of zoals in het geval van Charles Trenet’s hit 'Boom', met een lofzang, op de succesvolle optredens van de Duitse U-boot vloot. De tekst luidde: ''Boom, why did my ship go Boom'.

Deze opnamen kwamen niet in de handel. Er werden alleen zo’n 50 tot 100 stuks gemaakt Deze waren alleen bestemd voor korte golfzenders die gericht waren op het buitenland. Er werden ook nog opnamen verstuurd naar radio-zenders in de bezette gebieden en een deel werd voorbehouden voor de diverse Duitse krijgsgevangen-kampen van Britse en Amerikaanse soldaten. Het orkest bestond uit een vaste kern van muzikanten. Maar soms deed men wel beroep op buitenlanse artiesten, vanzelfsprekend van het allerhoogste niveau. Ze kwamen voornamelijk uit Italië, Nederland en België. Onder de Belgische muzikanten noteerden wij trombonist Josse Breyre van Malmedy en saxofonist Jean Robert van Brussel.

Stijgend aantal Belgische orkesten

Tijdens de oorlogslaren zien wij in ons land een stijgend aantal orkesten zoals de International’s onder leiding van drummer Jeff De Boeck, het Quintette du Club Rythmique de Belgique, van klarinettist Henry Van Bempst, de orkesten van Gus Clarck, Yvon De Bie, Jack Klüger, Emile Deltour, Gene Dersin en Bobby Naret.

In 1942 voegt Brenders strijkers aan zijn bigband toe. Het voorbeeld wordt gevolgd Jean Omer, Gus Deloof, Robert De Kers, en Fud Candrix. Verder noteren wij een ganse reeks van hoog-gekwoteerde solisten waaronder saxofonisten : Jean Robert, Vic Ingeveldt, pianisten : Coco Colignon, Yvon Debie, Rudy Bruder, violisten : Emile Deltour, Chas Dolne, accordeonisten : Gus Viseur, Lou Logist, trombonisten : Jean Dam, Albert Brinckhuyzen, Josse Breyre, trompetistten : Louis Dehaes, Raymond Chantrain, klarinettist: Bobby Naret die later ook een eigen bigband zal stichten en zangeres : Martha Love.

Een heel speciaal geval was zigeuner-gitarist Django Reinhardt. Hij werd in de oorlog door de Duitse overheid een “beschermende hand” boven het hoofd gehouden en trad niet alleen op in België, Frankrijk of Italië, maar zelfs in Duitsland.

Treffend was ook de publiciteit die Jean Omer liet verschijnen in de kranten : “Ingeval van “alerte” voor mogelijke luchtaanvallen ..is er geen betere schuilplaats dan de Brusselse Jazztempel “Le Boeuf –sur-le-Toit aan de Brusselse Naamse Poort."

David Bee componeerde zijn “Obsession” in 1942. Op slag werd het in gans Europa gespeeld. Na de bevrijding zal ook de Amerikaanse klarinettist Benny Goodman het op zijn repertoire zetten.

Boogie Woogie een compositie van Pinetop Smith werd door het orkest van Brenders opgenomen in mei 1942. Het is voornamelijk de talentvolle pianist John Ouwerx die samen met drummer Josse Aerts het sterke, zwierige boogie-ritme beheersen.