Beste Oldieliefhebbers,

 

De nacht van 31 januari op 1 februari 1953:

Hoge golven slaan tegen de dijk. Zodra het licht werd probeerden mensen uit het rampgebied met hun boten mensen en dieren te redden. Omdat het zondag was en omdat alle verbindingen zoals telefoonlijnen waren uitgevallen, kwam de hulp uit de rest van het land langzaam op gang.

Later kwamen Nederlandse, Belgische, Franse, Amerikaanse en Britse soldaten met boten, vliegtuigen en helikopters naar het rampgebied. Veel mensen die nog op de daken en zolders zaten werden door hen gered. De soldaten brachten de slachtoffers naar cafés, jeugdher- bergen, scholen en kerken.

Daar werden ze opgevangen en kregen ze warme kleren en eten en drinken. In de weken na de Ramp, werd er door veel mensen geld gegeven aan het 'Nationaal Rampenfonds'. Bijna 140 miljoen gulden! Dat was in die tijd een heel hoog bedrag. Het Rode Kruis zamelde kleding en dekens in. En ook het buitenland gaf voedsel en goederen om de slachtoffers te helpen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog (1940-1945) werden veel dijken in Nederland beschadigd. Na de oorlog werd er weinig gedaan om deze dijken te herstellen. Nederland had het te druk met de 'wederopbouw'. Bruggen, wegen en fabrieken waren bijna allemaal vernield en locomotieven, wagons en vele machines waren defect of gestolen. Het kostte veel tijd en geld om dit allemaal weer op orde te brengen. Aan de dijken waren ze nog niet toegekomen.

Toen in de nacht van 1 februari het water steeg, braken deze dan ook door of zakten ineen. 1835 mensen verdronken bij de Watersnood- ramp net als duizenden dieren zoals koeien, varkens en paarden. Meer dan 72.000 mensen moesten tijdelijk verhuizen (zij mochten logeren bij gastgezinnen).

Duizenden huizen, boerderijen en andere gebouwen waren helemaal verwoest of zwaar beschadigd. Het duurde nog jaren voordat de boeren weer normale oogsten hadden. Het zoute water had de akkers geen goed gedaan.

Direct na de Ramp werd begonnen met het repareren van de dijken. In het begin gebeurde dit met zandzakken. Maar al gauw stuurde de regering tractoren en andere moderne machines. Nadat een dijk was gedicht werd het gebied erachter drooggemalen en opgeruimd. In april 1953 waren nog elf dijken niet gedicht. Op 6 november, zeven maanden na de Ramp, werd het laatste gat bij Ouwerkerk op Schouwen-Duiveland gesloten.

Lang voor de Watersnoodramp van 1953 hadden dijkenbouwers het zogenaamde 'Deltaplan' bedacht. Dat was een plan om de zeearmen in Zuidwest-Nederland af te sluiten. Dat plan was nooit uitgevoerd, maar na de Ramp werd er haast achter gezet. Het ene zeegat na het andere werd met dammen gedicht en alle dijken langs de Nederlandse kust werden opgehoogd. Door de Deltawerken is de kans op een watersnoodramp veel kleiner.

Overstromingen

Eerste Kerstdag 1277: Noord-Nederland wordt getroffen door een grote overstroming. De zee dringt diep het land in en Nederland raakt hierdoor grote gebieden kwijt.

19 november 1421: de St.Elisabethsvloed zorgt ervoor dat de Grote Waard bij Dordrecht onder water komt te staan. Twintig dorpen verdwijnen. Een legende vertelt ons dat tijdens deze overstroming een kat het leven van een baby redde door op haar wiegje heen en weer te lopen zodat die niet zou omslaan.

1 november 1570: Nederland wordt getroffen door een hele grote watersnoodramp, de Allerheiligenvloed. In Zeeland komen 3000 mensen om, in Friesland 20.000 en in Groningen 9000.

Kerstmis 1717: bij een stormvloed komen in Groningen en Friesland zo'n 5000 mensen om.

22 november 1776: grote delen van Overijssel en Noord-Utrecht overstromen.

Januari 1916: op veel plaatsen in Noord-Holland, Gelderland en Overijssel breken de dijken door. Een groot deel van Nederland ligt onder de zeespiegel. Zonder de dijken zouden veel gebieden overstromen.
Door de eeuwen heen hebben in Nederland vele overstromingen plaatsgevonden. In de nacht van 1 februari 1953 was het springvloed en woedde er een noordwesterstorm. In deze nacht braken veel dijken in Zuidwest-Nederland. Grote gebieden van Zeeland, Noord-Brabant en Zuid-Holland kwamen onder water te staan.

Bij de Watersnoodramp van 1953 kwamen 1835 mensen om en verdronken duizenden koeien, varkens en paarden.
Ruim 250.000 hectare land kwam onder water te staan. Het duurde nog jaren voordat de boeren weer normale oogsten hadden.
Duizenden huizen en andere gebouwen werden verwoest of zwaar beschadigd. Ruim 72.000 mensen moesten tijdelijk verhuizen.
Op 6 november 1953 werd het laatste stroomgat in Ouwerkerk op Schouwen-Duiveland gedicht. In 1957 werd er in Nederland een begin gemaakt met de uitvoering van de Deltawerken.

Vanaf de 6e eeuw voor Christus bouwden boeren in Friesland en Groningen terpen om zich te beschermen tegen overstromingen. Terpen zijn heuvels van klei, zand, mest en zeewier. In het begin woonde iedere familie op haar eigen terp, maar al snel werden de terpen bij elkaar gevoegd, waardoor er terpdorpen ontstonden. Een aantal van die terpdorpen bestaat nog steeds.

Feiten:

In de 12e eeuw begonnen vele monniken in Friesland en Groningen met het bouwen van dijken. Zij zorgden ervoor dat grote gebieden, die tegen overstromingen waren beschermd, bewoond konden worden.
In Nieuwerkerk aan de IJssel ligt het laagste punt van Nederland: 6,74 meter onder de zeespiegel.

Een aantal slachtoffers van de Watersnoodramp mocht logeren bij prinses Wilhelmina in paleis Het Loo. Koningin Juliana heeft direct na de Ramp veel plaatsen in het rampgebied bezocht.

De kinderboekenschrijver Jan Terlouw heeft een mooi boek geschreven over de Watersnoodramp: Oosterschelde Windkracht 10.

Niet alleen Nederland werd getroffen door de Watersnoodramp. Ook in Engeland, België, Denemarken en Duitsland liepen dorpen onder water en kwamen mensen om.

Voor het dichten van de dijken werden op sommige plaatsen caissons gebruikt, dat zijn grote betonnen bakken. In Ouwerkerk is het museum over de Ramp in zo´n caisson gemaakt.

Rudy.